Overslaan en naar de inhoud gaan

Etiënne Daniël Cartier van Dissel, dokter en actief burger

Boer Harkink was er slecht aan toe. Hoe de dokter, die was ingeroepen ook op hem in praatte, hij weigerde naar het ziekenhuis te gaan. 'Dan wi’k leever dood wên', hield hij stijf vol. De dokter hield hem voor: 'Als er niets wordt gedaan, ga je dood; als je naar het ziekenhuis gaat, word je beter; als ik je op de keukentafel opereer, heb je de helft kans. Ik ga nu even naar Greutink; als ik over een uur terug kom, moet je ’t maar zeggen.' Harkink koos de keukentafel, en de ingreep liep goed af!

Wie de boer was en waar hij woonde weten we niet precies, maar de dokter was de Lochemse dokter Etiënne Daniël Cartier van Dissel. En het is maar één van de verhalen die over hem de ronde deden. Van Dissel werd op 22 september 1829 geboren in de buurtschap Huppel bij Winterswijk, waar zijn vader arts was. Hij kreeg de voornamen Etiënne Daniël Cartier. Dat was een eerbetoon aan een oudoom van hem met diezelfde namen, maar dan met Cartier als achternaam.
Na zijn medische opleiding in Amsterdam en Arnhem en zijn promotie (summa cum laude) in Utrecht vestigde Etiënne van Dissel zich in 1855 als arts in Lochem. Een ziekenhuis om een boer naar te verwijzen was daar toen nog niet, maar hij zou er zelf aan bijdragen dat dat er wel zou komen.
Als algemeen praktiserend arts had van Dissel twee speerpunten: hij streed vurig tegen alcoholmisbruik, omdat hij in zijn praktijk maar al te vaak de negatieve gevolgen daarvan onder ogen kreeg; en hij was extra opgeleid in de verloskunde en begeleidde dan ook vele kraamvrouwen van opeenvolgende generaties.

Na zijn vestiging in Lochem werd de jonge arts bijna automatisch lid van de herensociëteit 'de Eendracht' en zo kwam hij te verkeren in de kringen van notabelen en ondernemers die in de tweede helft van de negentiende eeuw Lochem verrijkten met tal van initiatieven op het gebied van cultuur, welzijn, infrastructuur en stadsontwikkeling. En het bleef zeker niet bij 'verkeren in'. We komen zijn naam tegen in tal van besturen en commissies.
Toen uit de al genoemde kring van notabelen het initiatief ontstond tot de bouw van een ziekenhuis lag het voor de hand om van Dissel in de voorlopige commissie ter voorbereiding te benoemen. En dat hij niet ook in het eerste bestuur zat was waarschijnlijk alleen maar om geen belangenconflict te veroorzaken met zijn werk als arts in het ziekenhuis zelf.
Veel minder voor de hand lag deelname van een dokter in het bestuur van Waterschap de Berkel. Het tekent zijn brede maatschappelijke belangstelling, maar ook zal zijn liefde voor natuur en landschap hier hebben meegespeeld.
Een heel ander facet van zijn belangstelling leidde ertoe dat hij in 1901 in Deventer mede-oprichter was van de Vereeniging tot onderzoek van Taal en Volksleven in het Oosten van Nederland.

Wie ergens 60 jaar lang huisarts is wordt allicht een bekende persoonlijkheid, maar van Dissel droeg daar met zijn gedrag ook zeker zelf toe bij. Huisbezoeken legde hij af per koets of te paard. En met diezelfde vervoermiddelen maakte hij lange omzwervingen door de Lochemse natuur, waar hij begeesterd over kon vertellen. De tuin van zijn huis – op de hoek van 't Ei en het Hoogestraatje, waar hij ook apotheek hield – was een klein huisdierenpark met beesten van allerlei slag.
Op zijn tochten door de natuur kwam hij regelmatig bospercelen op het spoor die hij te gelde kon maken. Per notariele akte verwierf hij het recht om hout van zo'n perceel te verkopen. Zo was hij, naast dokter, ook houthandelaar, een vak waarin twee van zijn zonen hem hebben nagevolgd. Zij het dan in het verre noord-westen van de Verenigde Staten.

Die twee zoons waren er twee van de vijf zonen en negen dochters die de dokter en zijn vrouw Christina Maria Jongeneel kregen, nadat ze in 1857 waren getrouwd. Van hen allen werd één zoontje dood geboren, stierf één dochter binnen het jaar en één op haar vierde. Zoon Johannes stierf tijdens zijn studie, op 31 jarige leeftijd. De overige 9 kinderen zorgden voor in totaal 27 kleinkinderen. Dat mag een heel kinderhuis lijken, ze zullen nooit allemaal in Lochem bijeen zijn geweest, want 11 van hen woonden Amerika.
Toch vond de dokter het een mooi idee om, speciaal voor zijn kleinkinderen, een vakantiehuis te laten bouwen. Dat moest natuurlijk in de mooie natuur van Lochem en het werd in het bos op de Paasberg. De naam was 'Alpha', maar wat de rest van het alfabet had moeten vormen is niet helemaal duidelijk.
Toen de kleinkinderen langzamerhand groter werden kwamen de dochters Marie en Lida, beiden verpleegkundige en ongetrouwd, op het idee om Alpha om te vormen tot algemeen vakantiehuis voor kinderen. Na hun tijd is het een hotel geworden; eerst nog lange tijd met de naam Alpha, maar tegenwoordig als Paasberg.

Inmiddels was in 1886 Etiënnes derde voornaam, Cartier, officieel toegevoegd aan de achternaam van hem en zijn nazaten. (Alle kinderen waren bij geboorte nog gewoon als van Dissels ingeschreven). Daarmee kreeg het eerbetoon aan zijn oudoom een blijvend karakter.

Naschrift:
In het najaar van 2011 kreeg het Historisch Genootschap de gelegenheid om een bijzonder ‘receptieboekje’ in handen te krijgen. Het is op 4 februari 1880 namens ruim vierhonderd patiënten overhandigd aan dr. E.D. Cartier van Dissel bij zijn zilveren ambtsjubileum als arts in Lochem. Behalve de namen van de jubilaris en van de huldigingscommissie komt men in dit boekje de prachtig gekalligrafeerde namen van meer dan vierhonderd patiënten uit Lochem, Laren en Barchem tegen (soms met de vermelding van de boerderij, waar zij woonden, erbij).
Het 25-jarig ambtsjubileum werd destijds in de Sociëteit De Eendracht aan de Oosterwal gevierd. Er was een grootse ontvangst en de dokter moest luisteren naar de lovende woorden van mr. Sickesz, de voorzitter van de feestcommissie.
Als blijk van waardering werd de jubilaris een mooi gekalligrafeerde oorkonde (formaat 25 bij 60 cm.) overhandigd, waarop Van Dissel wordt omschreven als ‘den kundigen heelmeester en arts’, ‘den krachtvollen, altijd werkzamen man’, ‘den Staatsburger van den echten stempel’ en als ‘den trouwen vriend’. Het gaat hierbij, zoals u wel gemerkt zult hebben, niet om het hierboven genoemde ‘receptieboekje’. Deze oorkonde bevindt zich nog steeds in de familie van dr. Cartier van Dissel.
In zijn antwoord op de toespraak van mr. Sickesz dankte de dokter voor al het goede, dat hij in Lochem had mogen ondervinden. Aan medewerking had het hem nimmer ontbroken, maar ……… één grote vijand weerstreefde hem, nl. het drankmisbruik, “Men zou hem geen groter dienst bewijzen, dan door hem te helpen in den strijd daartegen. Want niemand beter dan hij als medicus kende de treurige gevolgen van den alcohol.” (Uit De Lochemse Courant van dinsdag 20 juli 1915, tevens het sterfjaar van de dokter).