Overslaan en naar de inhoud gaan

Parkeren op de Kleine Markt

In  de  jaren  na  de  Tweede  Wereldoorlog  werd  de  auto  hét  symbool  van  mobiliteit  en  bewegingsvrijheid,  een  luxe-goed  dat  uiteindelijk  binnen  vrijwel  ieders handbereik kwam. “In deze jaren verovert de auto niet alleen de harten van de consument, maar ook het stads- en straatbeeld”.

Zo kunnen  we  lezen  in  het  boekje  Lochem  1945-1970,  Beelden  van  een  kleine  landstad  in  de  nieuwe  tijd. “De Lochemse marktpleinen veranderen van idyllische verstilde stadsruimten in zakelijke parkeer-terreinen”.  Kenmerkend  voor  de  tijd van de wederopbouw is het positivisme waarmee de vooruitgang werd  benaderd.  Al  het  “blik”  op  straat was een teken van welvaart, van bedrijvigheid en grenzeloze mogelijkheden.Geen wonder dat drukke verkeers-knooppunten,  busstations  en  met  geparkeerde auto’s bezaaide plei-nen  zonder  schroom  ook  op  ansichtkaarten zijn afgebeeld. Op de hierbij  afgebeelde  ansichten  van  de ‘Kleine Markt” in Lochem strijden  de  oude  gevels  aan  het  plein  met  de  moderne  automobielen  om  aandacht.  Beide  kaarten  zijn  rond  1950-1955  uitgegeven  door  Hotel ’t Zwijnshoofd, dat hiermee waarschijnlijk gelijk wilde aanto-nen, dat het naast een prominente plek in het stadscentrum ook over een  ruime  parkeergelegenheid  beschikte. Inmiddels is het stadsbeeld behoorlijk  veranderd:  de  panden  van  de  Rotterdamsche  Bank  en  Hotel  ’t  Zwijnshoofd zijn door nieuwbouw vervangen en het pleintje is teruggegeven  aan  de  voetgangers  en  terrasbezoekers. 

 

Bronnen:C.J.  Frank,  Lochem  1945-1970.  Beelden van een kleine landstad in de nieuwe tijd, Zaltbommel 2007