Overslaan en naar de inhoud gaan

Marinus Naeff

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Broodtekst

“Henkie, noar huus, Naeff hef etoet”. Dat kreeg rond 1900 een Lochems kind te horen wanneer de stoomfluit van de leerfabriek het eind van de werktijd aangaf. Maar voor de gebroeders Naeff had die fluit, die in heel Lochem te horen was, een andere betekenis: het was het geluid van succesvol ondernemerschap.

Ondernemend burger

Het is moeilijk kiezen op welke van de broers Gerrit Naeff (1845 - 1913) en Marinus Naeff (1847 - 1911) we de schijnwerper zullen richten. Als we de status van de twee lanen die Lochem naar hen vernoemde als maatstaf nemen moest het wel bijna Marinus worden, maar de belangrijkste wapenfeiten van zijn broer Gerrit zullen we toch ook niet vergeten te vermelden.
Gerrit en Marinus Naeff waren zoons van de Lochemse Gerritjen Reerink en Jan Reinhard Naeff. De laatste was een nazaat van een Zwitserse huurling Näf die met het leger van Napoleon in Nederland terecht was gekomen. Hier, maar ook wel in Zwitserland, werd die naam geschreven als Naeff.
Er waren in Lochem vele Reerinks en heel wat van hen waren leerlooier. Onder hen bijvoorbeeld Gerritjens vader, oom en grootvader. Ook Gerritjen en haar man begonnen een leerlooierij en wel in Arnhem. Daarbij moeten we waarschijnlijk denken aan een handlooierij met hooguit enkele werknemers.
Nadat Jan Naeff al vrij jong overleed, keerde Gerritjen met haar zes kinderen terug naar Lochem en vestigde zich in de Bierstraat.
Gerritjen Naeff was een sterke vrouw. Schrijfster Top Naeff, haar kleindochter, zou haar beschrijven als ‘voor een kind meer indrukwekkend dan veroverend’, een nogal stoer type met veelzijdige – ook politieke – belangstellingen dat er niet tegen opzag eigenhandig, in klompen, asperges in haar moestuin te steken. ‘Ik heb deze grootmoeder zelden zien lachen, maar ik heb altijd geweten, hoe goed zij het meende met de bleekneus uit de stad' en Top logeerde dan ook met veel plezier bij haar in vakanties.
Met Gerritjens steun begonnen haar zoons Gerrit en Marinus in Lochem ook weer een leerlooierij. Beginnend met een man of tien, maar al snel uitgroeiend naar industriële schaal. Terwijl andere leerfabrieken in Lochem, zoals Reerink en Postel, hooguit 25 man personeel hadden, groeide Naeff uit tot een fabriek met meer dan 100 werknemers.

Begonnen in 1867 als “Lederfabriek Gebr. Naeff” werd de naam al vrij snel “Eerste Nederlandse Kroonlederfabriek”; de productie was gericht op leer voor toepassingen in de industrie, met name drijfriemen voor stoommachines. Dat leidde tot een volgende naamswijziging in “'Drijfriemen en Lederfabriek gebr. Naeff”. De fabriek was gevestigd aan de Noorderbleek; tegenwoordig staat ongeveer daar het appartementencomplex 'Naeff'. Rond 1900 werd het chroomlooien uitgevonden, waardoor het looiproces aanzienlijk kon worden bekort.
Gerrit en Marinus Naeff hadden de fabriek samen opgericht, maar waren verschillend van aard en talent. Men zegt ook dat ze niet altijd goed met elkaar overweg konden en dat broer Nicolaas, die ook enige tijd in de fabrieksleiding zat, daarin een bemiddelende rol speelde.

Marinus Naeff was in 1873 in Laag Keppel getrouwd met Anna Elisabeth Engelina van der Hardt Aberson. Haar vader was daar eigenaar van een van de oudste ijzergieterijen van ons land. Het echtpaar kreeg een dochter Gerritjen en twee zonen, Herman Anne en Jan. Gerritjen Naeff zou trouwen met Eilardus Franken die zich van boekhouder opwerkte tot bedrijfsleider en later directeur van de leerfabriek.
Marinus was een ondernemer, Gerrit een bestuurder. Van Marinus zijn tal van initatieven bekend, ook en vooral buiten het directeursschap van de fabriek.
Zo zat hij in het Spaarbankbestuur dat opdracht gaf aan de jonge architect Berlage om een gebouw te ontwerpen voor spaarbank, bibliotheek en badhuis aan de dr Rivestraat: het Volkshuis.
Ook was hij penningmeester van het bestuur dat aan de Zwiepseweg een ziekenhuis liet bouwen. Op die plaats is nu de Hoge Weide gevestigd, met nog steeds een polikliniek
Omdat de kerken in Lochem al te behoudend waren werkte hij, net als Cornelis Sickesz (zie aldaar) mee aan de oprichting van een Remonstrantse Kerk.

Intussen was Marinus ook nog een eigen lijmfabriek begonnen op de plaats waar later Hotel Stad Lochem verrees. Ook was hij de grote motor achter de ontwikkeling van villawijk Berkeloord, dicht bij waar Marinus zijn lijmfabriek was begonnen.
Toen in 1907 het landgoed De Cloese in onderdelen werd verkocht, kocht Naeff met enkele compagnons (onder wie zijn broer Gerrit) de tussen de Nieuweweg en de Berkel gelegen landerijen met het oogmerk een villapark te realiseren langs het tracé van de nieuw aangelegde stoomtramweg, bij welke ontwikkeling hij trouwens ook was betrokken. In 1909 werd door de bekende landschapsarchitect Samuel Voorhoeve uit Oosterbeek een ontwerp gemaakt in Engelse landschapsstijl. In het gebied zijn onder meer villa’s te vinden van architecten als J. Klinkhamer, N. Molenaar, J.J. Hellendoorn en G.J. Postel.

Markante villa's in het plan zijn bijvoorbeeld de Pillinckhuizen, twee riante panden aan de Nieuwe weg, door Marinus gebouwd voor zijn kinderen. Daar woonden onder anderen Gerritjen Naeff en Eilard Franken en hun gezin. Ook voor zichzelf hadden de broers Naeff diverse villa's doen verrijzen. Marinus woonde in villa de Loeyenberg, aan het begin van de Nieuweweg, Gerrit woonde in villa Endepol, pal naast de brug over de Berkel.

Ook Gerrit Naeff liet zich maatschappelijk niet onbetuigd. Hij was wethouder van Lochem. Ook schonk hij Lochem in 1903 een carillon; om het geluid goed tot zijn recht te laten komen werd de Gudulatoren van een nieuwe spits voorzien. Er was in Lochem een muziekvereniging Aeolus, maar die was niet toegankelijk voor de werkende klasse. Een van de broers Naeff zou betrokken zijn geweest bij de oprichting van het alternatieve fanfarecorps Advendo, maar bronnen spreken elkaar tegen of dat Gerrit of Marinus was. Misschien wel allebei. Maar in elk geval op de achtergrond, want hun namen komen niet voor in het oprichtingsbestuur.

Nicolaas Naeff was geen zakenman. Door zijn tactvol optreden wist hij echter zijn broers in het gareel te houden. Ook zorgde hij voor goede arbeidsomstandigheden in de fabriek, die hij echter al vrij snel verliet om zich in Den Haag te vestigen.

Uit de familie Naeff stammen op zijn minst twee landelijk bekende kunstenaars. Dochter Anthonetta van Marinus' broer Johan Reinhard werd als Top Naeff een bekend schrijfster van romans en toneelstukken en toneelcritica. Marinus' kleinzoon Mannus Franken werd schrijver, journalist en vooral filmmaker.

Marinus Naeff werd in 1907 weduwnaar. Een tijdje later trok hij in bij het gezin van zijn dochter en Eilard Franken op de Pillinck. Hij overleed op 10 augustus 1911.