Overslaan en naar de inhoud gaan

Joodse begraafplaats

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Broodtekst
In de schaduw van oude bomen aan de Zutphenseweg in Lochem ligt een sfeervolle begraafplaats. De grafzerken hebben er opschriften die voor de meeste voorbijgangers onleesbaar zijn. Maar er staan in veel gevallen ook leesbare namen onder. Namen die doen denken aan die op de plaquettes aan de voormalige synagoge, waar de joodse Lochemers worden vermeld die in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord. En wie het dus niet vergund was hun laatste rustplaats hier te vinden.
 
De joodse begraafplaats aan de Zutphenseweg is niet de oudste plek waar de Lochemse joden gewoon waren hun doden te begraven. De eerste begraafplaats bevond zich naast en achter de oude synagoge aan de Westerwal, schuin tegenover de toenmalige Blauwe Toren. Het Koninklijk Besluit van 1828, dat er niet langer rond kerkgebouwen begraven mocht worden, maakte dat men op zoek moest gaan naar een andere dodenakker.
De joodse gemeente wist een stukje grond te verwerven, destijds ruim buiten de stedelijke bebouwing, waar zich nu nog haar begraafplaats bevindt.
Hoewel de locatie, pal langs de tegenwoordig drukke uitvalsweg naar Zutphen, misschien niet de meest romantische is heeft deze kleine akker haar bijzonder sfeer weten te behouden. Een sfeer die wel gevoelig is voor (te) rigoureus tuinonderhoud. De joodse traditie kent ook waarde toe aan begraafplaatsen die, door wat voor omstandigheden dan ook, minder strikt zijn verzorgd.
De grote joodse rabbijn, denker en schrijver S. Ph. De Vries omschreef het als volgt: “ …soms als men wel eens op een heel oude dodenakker komt en daar ook veel verweerd ontwaart en er geen regelmaat van graf aan graf en geen gelijkvormigheid van rij voor rij ontdekt, dan is het niettemin juist daar, alsof de Majesteit van de Dood er zichtbaar rondgaat over het veld. En met hoorbare tred. Alsof de doodsengel daar, zoals het geviel, zijn schatten heeft geborgen: hier een en daar een.” In het Hebreeuws noemt men een dodenakker een ‘Beth-Hagajjiem’, woning der levenden. In het Jiddisj noemt men het ‘Gedort’, afgeleid van het Duitse ‘gut Ort’. Allebei passende omschrijvingen die aangeven dat de plek niets griezeligs herbergt maar herinnert aan het mooie van het leven.
Auteur
Maatschappelijke activiteit
Plaats of kern